De Lachende Cavalier

Geschiedenis voor een breed publiek

BLOGBOEK

De koninklijke ambities van Amalia

Posted on October 23, 2013 at 1:10 AM

De vorstelijke aspiraties van de Oranjes gaan verder terug dan onze eerste koning Willem I. Zijn voorvader Frederik Hendrik en met name diens vrouw Amalia van Solms deden er alles aan om zich te kunnen meten met de vorstenhuizen uit hun tijd. Denk aan luxueuze paleizen, een hofleven gespiegeld aan het Franse hof en gunstige huwelijkspolitiek. En dat terwijl deze stadhouder slechts in dienst was van de Republiek.
(Het complete artikel, inclusief afbeeldingen, is 22 oktober 2013 gepubliceerd op Kennislink.nl, in het kader van de Maand van de Geschiedenis met thema Vorst & Volk.)

Frederik Hendrik was de zoon van Willem van Oranje, onze Vader des Vaderlands. Willem leidde de Nederlanders in hun Opstand tegen de Spanjaarden, maar een koning was hij allerminst. Wel een prins, van het prinsdom Orange, en daarmee de hoogste edelman in de Nederlanden en de aangewezen persoon om het op te nemen tegen de Spaanse koning.

Na de moord op Willem in 1584 werd zijn zoon Maurits benoemd door de jonge Republiek om zijn vader op te volgen als stadhouder. Zijn belangrijkste functie was die van opperbevelhebber van het leger, aangezien de oorlog nog in volle gang was.

Geen erfelijke opvolging
Maurits sterft in 1625 en zijn jonge halfbroer Frederik Hendrik, militair getraind door Maurits, is zijn logische opvolger als opperbevelhebber. Maar automatisch gaat dat niet: de Staten-Generaal benoemt de opperbevelhebber van leger en vloot. De stadhouder was van oorsprong de vertegenwoordiger van de koning in de provincie. Het stadhouderschap is dan ook geen erfelijk ambt, hoewel de Oranjes als hoogste edelen wel de eerste keus zijn.

Maurits laat geen wettelijke erfgenamen na en Frederik Hendrik is de erfgenaam van zijn halfbroer. Om de dynastie voort te zetten, trouwt vrijgezel Frederik Hendrik in 1625 op aandringen van de stervende Maurits met de Duitse gravin Amalia van Solms. Frederik Hendrik had de 18-jarige Amalia, die tevens zijn achternicht is, leren kennen in Den Haag. Zij is als hofdame naar Nederland gekomen, met de gevluchte Elisabeth Stuart, koningin van Bohemen.

Geld is nog geen status
Amalia is gewend aan het hofleven en ook Frederik Hendrik is als prins opgegroeid met luxe, maar het echtpaar mist de status die bij het koningschap hoort. Wanneer Piet Hein in 1628 een zilvervloot van de Spanjaarden verovert, stromen de miljoenen binnen. Amalia zou hierdoor met afstand de rijkste vrouw van de Republiek in de zeventiende eeuw zijn.

Met al dat geld kan ze haar grote vorstelijke voorbeeld Elizabeth imiteren en zich een koninklijk hofleven aanmeten. Met de nieuwe miljoenen bouwen ze imposante paleizen en buitenhuizen die natuurlijk ook ingericht moeten worden met meubels en kunstwerken. Frederik Hendrik en zijn vrouw zijn grote opdrachtgevers van de culturele sector in die tijd.

Frederik Hendrik is hiermee terughoudender dan zijn vrouw. Hij is zich er ten zeerste van bewust dat hij als stadhouder en militair in dienst is van de Republiek. De bestuurders moeten vooral niet het gevoel krijgen dat Frederik Hendrik hun onafhankelijkheid zal gaan aantasten door de koning uit te hangen. Op schilderijen laat hij zich dan ook steevast afbeelden in harnas, om zijn militaire functie te benadrukken.

Om de status van de familie verder te vergroten, zoekt Amalia geschikte huwelijkskandidaten uit voor haar kinderen. De grootste klapper maakt ze met haar zoon Willem II: wanneer hij 14 jaar is, trouwt hij met de Engelse koningsdochter Maria Stuart. Haar vader koning Karel I is blut en in ruil voor veel geld laat hij zijn dochter onder haar stand trouwen.

De latere zoon van het echtpaar, Willem III, zal de koningskroon van Engeland bemachtigen, waarmee Amalia haar zin zou krijgen. Maar zover is het nog niet. Haar dochters huwt ze uit, gewild of niet, aan Duitse vorstendommen en de Friese Nassaus. De prinselijke Oranjes krijgen door deze koninklijke huwelijken steeds meer status.

Briljant strateeg
Frederik Hendrik maakt ondertussen zijn functie van militair leider waar, en verovert verschillende steden op de Spanjaarden, zoals Den Bosch in 1629 en Breda in 1637. Hij zou er later de bijnaam ‘Stedendwinger’ voor krijgen. In die zelfde periode gaat het de Republiek economisch voor de wind. De kosten van de oorlog kunnen ze betalen en de Republiek beloont de stadhouder rijkelijk.

Vanwege zijn militaire successen overtuigt Frederik Hendrik de Republiek van het belang van de Oranjes. De provincies tekenen in 1631 de Acte van Survivance, waarmee ze instemmen met Willem II als nieuwe stadhouder bij de dood van Frederik Hendrik. De Staten-Generaal benoemt Willem vervolgens in 1639 tot beoogd opvolger van zijn vader als militair opperbevelhebber.

Frederik Hendrik zou het liefst de zuidelijke en noordelijke Nederlanden verenigd zien, maar aan het einde van zijn leven ziet hij in dat vrede gewenst is na decennia van oorlogsgeweld. Die vrede komt er in 1648, maar de verzwakte stadhouder maakt het niet meer mee. In 1647 sterft hij en wordt hij bij zijn vader Willem bijgezet, in de Nieuwe Kerk te Delft. Zijn vrouw is ontroostbaar. Het schijnt zelfs dat Amalia niet langs Delft kan reizen, zonder in tranen uit te barsten omdat haar geliefde daar begraven ligt.

Herdenkingszaal uit liefde
Vlak na de dood van Frederik Hendrik besluit Amalia om een mausoleum voor haar geliefde man op te richten. In het door hen gebouwde zomerverblijf Paleis Huis ten Bosch bij Den Haag laat ze de Oranjezaal ontwerpen ter ere van Frederik Hendrik. Pieter Post is de architect van het gebouw en Jacob van Campen ontwerpt het interieur van deze ontvangstzaal. Het moet een grote lofzang worden op haar man en diens deugden en heldendaden. Uit recent onderzoek (zie kader Bronnen) blijkt dat Amalia zich overal mee bemoeit: van de compositie en de symbolische voorstellingen (allegorieën) tot aan de schilders die het gaan uitwerken. De Oranjezaal houdt de nagedachtenis van haar man levend en de schildertechniek trompe l’oeil helpt deze schitterende schijnwereld te creëren.

Van Campen maakt schetsen, die hij samen met doeken naar schilders in het land stuurt om uit te werken. Een van de belangrijkste werken in de Oranjezaal is Frederik Hendrik de Triomfator, geschilderd door de Vlaamse schilder Jacob Jordaens. Hij is het niet helemaal eens met de ontwerpen die hij ontvangt, en oppert andere suggesties, waarop Amalia hem ontbiedt. Uit latere brieven blijkt dat zij met Jordaens overlegt wat er precies op zijn doek komt te staan en waar. Er komt niets op de muren zonder toestemming van Amalia.

Bij de Triomfator van Jordaens is de stadhouder als een vorst afgebeeld, hoog gezeten op een strijdwagen en omringt met symbolen die zijn daden en zijn status versterken. Hij rijdt door triomfpoorten die op doek zijn geschilderd. De beschildering loopt gedeeltelijk door op de houten lambrisering en wekt de indruk dat de zaal uit vier grote triomfpoorten bestaat. Het is de bedoeling dat de bezoeker het gevoel krijgt dat hij naar een tafereel kijkt dat zich werkelijk afspeelt.

Van Campen heeft zelfs het licht daar op afgestemd: licht via de ramen en de koepel op het dak versterkt het geschilderde licht op de schilderijen. Zo is het licht op een schilderij dat dichter bij het raam hangt feller en helderder geschilderd dan op een schilderij dat verder van het raam hangt. Ook de schaduwen van de figuren op de schilderijen zijn aangepast aan de lichtinval, alsof het hier om werkelijke schaduwen gaat.

De zaal is niet alleen een teken van Amalia’s liefde voor haar man, maar ze wil iedereen ook goed laten beseffen dat het stadhouderschap en de Oranjes onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Haar familie houdt de Republiek bij elkaar! De Triomftocht is gereed in 1651, vlak na de onverwachte dood van haar zoon Willem. Haar kleinzoon Willem III moet later hoe dan ook zijn vader en grootvader opvolgen en daar zal zij zich de rest van haar leven voor inzetten. De Oranjezaal legt de onwetende bezoeker nog eens haarfijn uit waarom juist de Oranjes geschikt zijn voor de posities van militaire opperbevelhebber en stadhouder.

Wie de Oranjezaal in de Gouden Eeuw bezoeken, is niet helemaal bekend. Volgens Elmer Kolfin, een van de wetenschappers die recent de Oranjezaal onderzocht, weten we wel dat toeristen in die tijd makkelijk een kijkje kunnen nemen in Huis ten Bosch. De Oranjezaal is een soort ‘must see’ en diplomaten lopen in en uit, net als de buitenlandse adel. Bezoekers uit de Republiek zelf zijn niet vastgelegd in bronnen, hoewel regenten regelmatig bij de machtige Amalia op bezoek komen. De nationale en internationale besluitnemers aanschouwen dus regelmatig de glorie van de Oranjes.

Losbol
In de 4 jaar dat handwerkslui en schilders hard aan de Oranjezaal werken, gebeurt er veel in het leven van Amalia. Haar zoon Willem II vindt ze een onwaardige opvolger van haar man. Frederik Hendrik was volgens Amalia een geniaal strateeg en staatsman, terwijl Willem maar een onverantwoordelijke losbol is. Ze is bang dat haar zoon de goede reputatie van de familie, waaraan zij en Frederik Hendrik 22 jaar hebben gebouwd, binnen ‘no time’ weer zal afbreken. Hoewel ze eerst voor de vrede was, keert ze zich er tegen na de dood van Frederik Hendrik: op het slagveld kan Willem zich nog enigszins waarmaken als militair leider. Willem II volgt zijn vader in 1647 op als stadhouder, zoals in 1631 al was afgesproken, en ook hij is tegen de vrede. Ondanks hun protesten tekent de Republiek in 1648 in Münster voor de vrede.

Willem is het vervolgens vaker oneens met de regenten die de Republiek besturen. In 1650 pleegt hij een staatsgreep om hun macht te breken en laat hij zijn politieke tegenstanders opsluiten in slot Loevensteyn. Als hij datzelfde jaar overlijdt, grijpen zijn tegenstanders opnieuw de macht en de provincies luiden een stadhouderloos tijdperk in (behalve in de noordelijke provincies, waar de Friese Nassaus het ambt vervullen). Bij zijn overlijden laat Willem II een een zwangere weduwe achter en acht dagen later komt Willem III ter wereld. Amalia laat zich niet zomaar in een hoek drukken door de Staten-Generaal. Ze zet zich jarenlang in om de eenmaal volwassen Willem III de functies van stadhouder en militair opperbevelhebber te laten krijgen.

Oranje eindelijk op de troon
In 1672 krijgt Amalia uiteindelijk haar zin: in dit Rampjaar, wanneer vijanden van de Republiek aan alle kanten aanvallen, is de roep om een Oranje groot. De Staten-Generaal benoemt Willem III in februari tot kapitein-generaal en zijn aanhangers zien in deze chaotische tijden hun kans. Enkele maanden later benoemen meerdere provincies hem ook tot stadhouder.

Willem ontslaat vervolgens 130 staatsgezinde (dus tegen Oranje) regenten en niet geheel onfortuinlijk worden zijn belangrijkste tegenstanders, de gebroeders De Witt vermoord. (Lang heeft het Haagse ‘gepeupel’ hier de schuld van gekregen, maar tegenwoordig zijn wetenschappers er van overtuigd dat Willem III hier een hand in heeft gehad.) Met de oorlog gaat het vervolgens de goede kant op: Willem krijgt steun van Spaanse en Duitse zijde en in 1674 is de vijand verslagen.

Zijn grootste triomf behaalt hij echter in het buitenland. Na de dood van de kinderloze Engelse koning Karel II in 1685, komt de katholieke Jacobus II op de troon. Hij geeft onmiddellijk meer vrijheden aan zijn katholieke onderdanen, waar de protestantse Engelsen verre van blij mee zijn. Ze bieden de troon aan aan de protestantse dochter van Jacobus II, Maria Stuart, en haar man Willem III. Willem en zijn leger landen in 1688 bij de Engelse kust en zonder bloedvergieten (ook wel de Glorious Revolution) genoemd) stoten ze door naar Londen. Vanaf 1689 mag Willem zich officieel koning van Engeland noemen, waarmee de felbegeerde koningskroon eindelijk in handen van de Oranjes kwam.

Amalia maakt dit laatste niet meer mee. Ze sterft in 1675, maar ze zal trots op haar ambitieuze kleinzoon zijn geweest.

Bronnen en verder lezen
Het boek De Oranjezaal in Huis ten Bosch. Een zaal uit loutere liefde van Margriet van Eikema Hommes en Elmer Kolfin ligt vanaf 16 oktober 2013 in de winkels.

Het achterliggende interdisciplinaire onderzoek van Eikema Hommes (TU Delft) en Kolfin (UvA) is mogelijk gemaakt door NWO en het boek door het RCE.

Meer informatie over politiek in Gouden Eeuw en de (ambities van de) Oranjes is te lezen in:
- Maarten Prak, Gouden Eeuw, Het Raadsel van de Republiek (Amsterdam, 2012)
- Wout Troost, Willem III, stadhouder – koning ((Hilversum, 2001)

Categories: Kennislink, Gouden Eeuw, (binnenhuis) architectuur

Post a Comment

Oops!

Oops, you forgot something.

Oops!

The words you entered did not match the given text. Please try again.

Already a member? Sign In

0 Comments